Stamboom
Albertus van Duijl


Behalve prentjes en pentekeningen maakte opa Albert (1878-1949) ook gedichten. Een nicht van mij, een dochter van de broer van mijn vader, heeft voor mij enige gedichten boven water kunnen halen. Hier onder 'De speld en de naald', in de spelling uit die tijd, dat in het Avondblad van UTRECHTS DAGBLAD was geplaatst, op vrijdag 9 augustus 1935.

De speld en de naald

Zij stonden naast elkaar op 't speldenkussen
In 't zelfde gat een speld en ook een naald,
Ik voel mij niets op mijn gemak hier tusschen
Zoo dacht de naald, hoe kom ik hier verdwaald

De speld begon tot buurvrouw naald te praten
Heb jij geen kop, dat is een vreemd geval
Maak jij een gat dan val je door de gaten
Wat doe je voor de kost, zeg, niemendal?

De naald keek door haar oog ietwat verlegen
Zoo'n taal had zij tot nu toe nooit gehoord,
Toen werd zij boos, want daar kon zij niet tegen,
Heeft nu die domkop het grootste woord?

Waar kijk jij mee, werd toen de speld verweten
Zeg mij, wat heb jij aan een kop alleen
Men heeft bij jou zoo maar het oog vergeten
Jij bent voor niets geschikt, zoo naar ik meen.

Verbeeldt je niets, zei toen de speld al weder
Ik word gebruikt in huis en op 't kantoor,
En jij zit stil, maar ik vlieg op en neder
Zei toen de naald en 'k werk maar altijd door.

De deur ging open en mevrouw kwam binnen
Zij nam het speldenkussen in de hand
En zei, ik zal met naaien maar beginnen
De jurk moet af, voor dat ik ga naar 't strand

De jurk kwam klaar, mevrouw was zeer tevreden
Zij trekt haar aan en zegt, die staat mij goed.
Zij kleedt zich vlug, doch zie, wat nu och heden,
De zoom van haar japon valt op haar voet.

Die naald heeft mij weer in den steek gelaten
't Kan zijn de naaimachien, och wat een last,
Maar 'k heb geen tijd, en verder helpt geen praten
Ik steek den zoom dan met een speld maar vast,

Des avonds werd de speld weer opgeborgen
De naald was op haar plaats ook weer present
Daar stonden zij en waren vrij van zorgen
Op hun manier kwam aan hun werk een eind

De naald begon ach wil mij wel vergeven
Ik had geen schuld van morgen bij mevrouw
Laat ons voortaan dan maar tevreden leven
En ieder denkt voor zich, ik kan niet buiten jou,

Toen zei de speld, ik kan best bedenken
Want zie, het geeft niet wat men doet,
Wij doen ons plicht, dat moet voldoening schenken
Als ieder daaraan denkt gaat 't goed.

                                                A.van D.

Naar het volgende gedicht "En dag koning"
Terug naar stamboom Albertus